Tranen met tuiten vloeien wanneer Hans Yvonne naar huis stuurt in Winter Vol Liefde: ‘Zullen we een potje janken?’

“Het heeft me twee nachten slapeloosheid opgebracht”
“Vanochtend stond ik op met het gevoel van: oei, vandaag moet het gebeuren”, betreurt Hans de situatie. “Het zal moeten, want ik heb geen plaats voor vijf vrouwen in het huis.”
Bij het ontbijt komt Hans meteen ter zake. “Ik wil met jou even praten”, zegt hij tegen Yvonne. Thérèse voelt dan de bui voor haar concurrent al hangen. “We zijn wel allebei blond, maar dan weet je het eigenlijk wel.”
Hans windt er tijdens het gesprek met Yvonne geen doekjes omheen. “Ik vind het ontzettend rot, maar ik moet je toch laten gaan”, zegt hij terwijl hij haar meteen vastpakt. “Dan is het zo”, reageert Yvonne luchtig. “Ik vind je een prachtmeid”, gaat Hans verder. Maar hij heeft het idee dat Yvonne niet meekan in zijn actieve levensstijl. “Dan zit ik weer met: ik moet het weer alleen doen.” En dat wil Hans niet. Hoewel Yvonne had gewild dat Hans zich meer open voor haar had gesteld, heeft ze vrede met zijn besluit.
Wanneer Thérèse terugkeert van haar ochtendwandeling, vertelt Yvonne dat ze gaat. “Het is m’n maatje”, snikt Thérèse tegen Hans. “Bij Yvonne wist ik na een halve dag al wat ik aan haar had”, verklaart ze later hun vriendschap. “Het voelde meteen vertrouwd.”
“Zullen we maar met z’n drieën een potje janken?” vraagt Hans. “Het heeft me twee nachten slapeloosheid opgebracht.” Het is voor de fitte pensionado niet makkelijk. “Ik ben nooit een huiler geweest, maar het is niks om iemand teleur te moeten stellen. Dat is niet leuk.”
De stemming is bedrukt. “Op het moment dat je met z’n drieën verdrietig bent, weet je niet wat je moet zeggen”, zegt Thérèse achteraf. “Het is bullshit om te zeggen: ‘Het komt goed, joh’ of ‘Wie weet…’ Ja, nee. Ze gaat.”
Dan is het tijd om te gaan. Na een dikke knuffel van Hans, neemt Yvonne afscheid van het liefdesavontuur in Noorwegen. “Ik ga wel met een goed gevoel naar huis, hoor. Thuis is het ook prima. Het had een mooie toegevoegde waarde kunnen zijn, maar dat mag het niet zijn. Het leven gaat door. De liefde is nog niet afgeschreven.”




